Strijdlustig theater op het Wereld Muziektheater Festival

De klacht van de achterbuurt

Vanavond beleeft de tango-opera 'Orestes' Last Tango' zijn wereldpremière. De Griekse tragedie en het Argentijnse lied komen samen in een stuk over geweld en liefde.

22 maart 2002 door Kester Freriks

De man en de vrouw die de tango dansen, de zinnelijke Zuid-Amerikaanse dans, doen dat hart aan hart. Het bovenlichaam klemmen ze tegen elkaar, de benen wijken uiteen om ruimte te winnen voor het soms razendsnelle borduurwerk van passen. Het ritme-schema van de tango is een tweekwartsmaat met het accent op de eerste tel.

De bewegingen van een danspaar zijn harmonisch en dan weer contrapuntisch: man en vrouw bewegen zich naar elkaar toe en weer weg, terug en met slepende passen opnieuw weg. De tango bezingt de liefde voor een vrouw. De man zal altijd vooruit dansen, want in de achterwaartse beweging toont hij weifeling en is hij weerloos. En dat mag in de wereld van de tango nooit.

Toch is de tango-man, vanouds gekleed in strak en zwart kostuum, hoed op, niet gelijk te stellen met de macho. Hij is eerder guapo, een strijder en vechter om eer. In de traditionele tango-wijken van de hoofdstad van deze dans, het Argentijnse Buenos Aires, hangt de sfeer van het geheimzinnig-nachtelijke, van het clandestiene. De werkelijke tango speelt zich in het duister af, net als de jazz in New-Orleans zich ontwikkelde in obscure tingeltangels.

In zijn handboek over de tango schrijft tango-dichter Horacio Ferrer over de bars van Palermo, een wijk in het noorden van Buenos Aires, waar in 1880 de tango ontstond als een Creoolse mengeling van Afrikaanse en Europese melodieën: ,,In deze gelegenheden, variërend van min of meer elegante cafés tot ronduit louche bars, brengt een bont gezelschap porteños (inwoners van Buenos Aires, KF) dat alleen de tango gemeen heeft, tussen de misdaden en vechtpartijen door, zijn avonden zoek in het gezelschap van hoeren en maîtresses.'' De tango, die als gezongen kunst zijn entree maakt rond 1900, gaat over onbereikbare liefde, verlies en afscheid. Of zoals het klinkt in een beroemd lied: ,,Laten we dansen tot de echo van de laatste maat,/ morgen vertrekt er een schip, misschien is het een afscheid voor altijd.'' De bandoneon begeleidt deze woorden. Dit oorspronkelijk uit Duitsland afkomstige balginstrument met zijn weemoedige toon als van verre misthoorns is vanaf het ontstaan van de tango de vertolker van verdriet. En dat niet alleen van een Argentijnse prinses die op haar huwelijksdag in Nederland luistert naar Adiós Nonino.

De tango is niet alleen de klacht van de achterbuurt, het is een muziekvorm met een strijdlustige inzet. De nieuwe tango-opera Orestes' Last Tango vermengt de Griekse tragedie Elektra van Sofokles met het Argentijnse toneelstuk El Reñidero (Het hanengevecht, 1962) van de schrijver Sergio de Cecco. Wraak en moord zijn de hoofdthema's. Net zoals Elektra haar broer Orestes aanspoort de moordenaar van hun vader te doden, die bovendien de nieuwe minnaar van hun moeder Klytaimnestra is, zo spoort de Argentijnse Elektra haar broer aan de vermoorde held Morales te wreken. Maar wie is de dader? Is dat niet de man die hun moeder bemint?

Na Maria de Buenos Aires door Astor Piazzolla is dit de tweede tango-opera ooit. Maar er is een groot verschil. Piazzolla's opera is een schitterende aaneenrijging van muzikaal hoogstaande stukken. Orestes' Last Tango daarentegen wordt door een dramatisch verhaal gedragen. Tango-danser Ricardo Klapwijk, die in Buenos Aires componist Diego Vila en tekstschrijfster Beatriz Gambartes opzocht en hun vroeg deze opera te maken, is gefascineerd door de Italiaanse opera. Verdi, Puccini, Donizetti. Tijdens een repetitie in het Oude Luxor Theater in Rotterdam vertelt hij wat hem voor ogen stond: ,,Ik was ervan overtuigd dat de traditionele tango zich uitstekend leent voor opera. Het is nu voor het eerst dat Griekse tragedie en tango samenkomen. Deze tango-opera geeft ook het contrast weer tussen de oude en de nieuwe wereld. In de oude tijd zijn moord en vergelding vanzelfsprekende waarden. In de nieuwe niet langer. Daar moet begrip overheersen.''

Klapwijk memoreert een opmerkelijk toeval tijdens het schrijven en componeren van deze opera in december van vorig jaar. Het werk verkeerde in de laatste fase. Plots werden er in de hoofdstad 26 mannen op straat vermoord. Regisseuse Gambartes wist van niets, zij had zich met dansers, zangers en muzikanten opgesloten in een repetitielokaal. Klapwijk belde haar op. Ze zei: ,,Het is de herhaling van de toch al zo bloedige geschiedenis van Argentinië.''

Over haar tekst en regie zegt Beatriz Gambartes: ,,Wat ik wil is dat deze opera de stemming, geest en passie van de Argentijn uitdrukt. Het land bevindt zich in een economische en financiële crisis. De tango wordt als een commercieel exportartikel uitgebuit en daartegen verzet ik me. Er is weinig artistieke vernieuwing. Het was eigenlijk alleen Astor Piazzolla die de tango heeft vernieuwd door elementen uit de klassieke muziek en jazz aan het traditionele stijlpatroon toe te voegen. Componist Vila en ik gaan een stap verder door de Italiaanse opera en het Griekse treurspel te verbinden met de tango.''

Bij aanvang van de repetitie staat Gambartes op het podium van het Luxor, geheel in het zwart gekleed. Rondom haar maken de dansers bewegingen om de spieren los te maken. De bandoneon oefent zijn lied. Verder bestaat het orkest uit een contrabas, viool, blazers en percussie. Componist Vila heeft plaatsgenomen achter de piano. De Argentijnse zangers en dansers van Orestes' Last Tango zijn pas een dag eerder in Nederland aangekomen. Onmiskenbaar hebben ze nog het Latijnse ritme in hun bloed. Pas diep in de nacht begint de repetitie enige vorm te krijgen. Het is alsof ze gewacht hebben tot dat late uur, dat hun een opzwepende energie geeft.

In de allereerste scène van de opera staan twee mannen in een dramatische choreografie tegenover elkaar. Hun strijd bestaat uit dreigende danspassen, zich terugtrekken en weer opnieuw aanvallend dansen. In een flitsende beweging doodt de een de ander door in een gestileerd gebaar zijn keel af te snijden. De moordenaar zet zijn hoed recht en verdwijnt in het donker. Net als in de klassieke opera zingt de dochter van de vermoorde man (Morales) een aria. Ze weent om haar vader. Viool, piano en de bandoneon begeleiden haar in haar verdriet: ,,Hoe kan ik nog verder leven/ Verloren, ik zoek je, ik roep je, je bent er niet.// Het is nauwelijks een dag geleden dat ik in je armen lag/ Tot de dag van vandaag glom de wereld/ En toch is het de wereld van gisteren die de meeste pijn doet.// Als de wind de echo/ van jouw stem meevoert// Waar, waar ben je?''

Haar lied is een echte tango-klacht: melancholiek en vol besef van gemis. De bandoneon omspeelt haar woorden met 'de kleur van de schaduwen van de Buenos Aires', zoals Horacio Ferrer de weemoed van de tango eens onder woorden bracht. 22 maart 2002

 

Copyright NRC Handelsblad